ColorConsole [Version 1.3.3000]
Microsoft Windows XP [Version 5.1.2600]
(C) Copyright 1985-2001 Microsoft Corp.

C:\WINDOWS>HELP COLOR
Stelt de voorgrond- en achtergrondkleuren in voor
standaardconsole.

COLOR (attr)

attr kenmerk voor kleur van console-uitvoer

Kleurkenmerken bestaan uit twee hexadecimale tekens -- de eerste
staat voor de achtergrond; de tweede staat voor de voorgrond. Elk
teken
kan een van de volgende waarden zijn:

0 = Zwart 8 = Donkergrijs
1 = Blauw 9 = Pastelblauw
2 = Groen A = Limoengroen
3 = Groenblauw B = Lichtblauw
4 = Rood C = Lichtrood
5 = Paars D = Lichtpaars
6 = Geel E = Lichtgeel
7 = Grijs F = Wit

Als er geen argument opgegeven zijn, stelt deze opdracht de
kleuren in
zoals deze waren toen CMD.EXE gestart werd. Deze waarde komt van
de
huidige console, de schakeloptie /T of uit de registerwaarde
DefaultColor.

De opdracht COLOR stelt ERRORLEVEL in op 1 als een poging gedaan
wordt
om COLOR uit te voeren met identieke kleuren als voor- en
achtergrond.

"COLOR fc" geeft bijvoorbeeld lichtrood op wit.



C:\WINDOWS>HELP COMP
De inhoud van twee bestanden of groepen bestanden vergelijken.

COMP [data1] [data2] [/D] [/A] [/L] [/N=aantal] [/C] [/OFF[LINE]]

data1 De locatie en naam van de eerste bestand(en) die u
wilt vergelijken.
data2 De locatie en naam van de andere bestand(en) die u
wilt vergelijken.
/D Geeft de verschillen in decimale notatie weer.
/A Geeft de verschillen in ASCII-tekens weer.
/L Geeft regelnummers weer bij de verschillen.
/N=aantal Vergelijkt het eerste aantal regels van beide
bestanden.
/C Vergelijkt de bestanden zonder op hoofdletters en
kleine letters te letten in ASCII.
/OFF[LINE] Slaat bestanden met ingeschakeld off-linekenmerk
niet over.

Gebruik jokertekens in de parameters data1 en data2 als u groepen
bestanden wilt vergelijken.



C:\WINDOWS>HELP COMPACT
De compressie van bestanden op NTFS-partities weergeven of
wijzigen.

COMPACT [/C | /U] [/S[:dir]] [/A] [/I] [/F] [/Q] [bestandsnaam
[...]]

/C Comprimeert de opgegeven bestanden. Mappen worden
gemarkeerd.
zodat later toegevoegde bestanden gecomprimeerd
worden.
/U Decomprimeert de opgegeven bestanden. Mappen worden
gemarkeerd
zodat later toegevoegde bestanden niet gecomprimeerd
worden.
/S Voert de opgegeven bewerking uit op bestanden in de
opgegeven
map en alle submappen. Standaard wordt de actieve map
gebruikt.
/A Geeft bestanden weer met een verborgen- of
systeembestandskenmerk. Deze bestanden worden
standaard
overgeslagen.
/I Laat de opgegeven opdracht doorgaan, ook als er
fouten
optreden. Normaal stopt COMPACT als er een fout
optreedt.
/F Forceert de compressiebewerking op alle opgegeven
bestanden, ook
op bestanden die al gecomprimeerd zijn. Normaal
worden al
gecomprimeerde bestanden overgeslagen.
/Q Geeft alleen de meest essentiële informatie weer.

bestandsnaam Een patroon, bestand of map.

Indien gebruikt zonder parameters, beeldt COMPACT de
compressiestatus
van de actieve map en de bestanden daarin af. U kunt meer
bestandsnamen en jokertekens gebruiken. U moet een spatie
invoegen tussen
verschillende parameters.










Windows-10


Become a Sponsor
... Your button here?






Windows-10





Windows-10
HTTP: ... console/nl/014.htm
0.062

What is a PS2 printer port?

 /

Test the PC for several hours!

 /

Directory and Folder Printing under Windows 10 / 8.1 / 7!

 /

How to remove switch user in windows 8 (8.1) at Login start screen?

 /

Help in Windows 8 is missing the old Start menu, how can i activate it?

 /

Krabbelnde Ameisen auch am Windows 10 Desktop Home und Pro!

 /

Using PowerShell and CMD to delete complete directories, with examples?

 /

Stop your laptop from going to sleep when closed windows 10, how to?

 /